ACADEMIA HABANOS

De Wereld van de Habano

Het perfecte blad



Ieder blad in een Habano is Tabaco Negro Cubano – inheemse Cubaanse Zwarte Tabak – directe afstammeling van de planten die Columbus hier meer dan vijfhonderd jaar geleden ontdekte.

Twee afzonderlijke methodes van teelt zijn nodig voor de benodigde bladeren.

Dekbladen worden in tapado (overdekte) velden geteeld, volledig in de schaduw.

Binnengoed en ombladeren worden in open velden, onder de Cubaanse zon geteeld (Tabaco de Sol).

De bladeren groeien verschillend omdat ze verschillend licht ontvangen en kunnen hierdoor voor andere doelen worden gebruikt.

ttapado-nl

De kaasdoek filtert het zonlicht en houdt de hitte vast, dit zijn de ideale omstandigheden voor het telen van het dekblad, zodat de bladeren groter en fijner worden gevormd.Alleen de grootste bladeren worden geselecteerd om gebruikt te worden als Habanodekblad. Het is dan ook geen wonder dat het dekblad het duurste blad is om te produceren.

campo-tapado

Vegas (plantages) met schaduwgeteelde tabak

tsol-nl

In de volle kracht van de Cubaanse zon ontwikkelen zich de smaakvariaties welke  gemengd worden tot de rijke en complexe smaak van een Habano.

campo-sol

Vega (plantage) met zongeteelde tabak.

Het enige echte Cubaanse zaad

Vanaf de 16e eeuw werd het duidelijk dat de inheemse Cubaanse tabaksplant de kwaliteiten bezat waarmee een ongeëvenaarde wereldreputatie kon worden opgebouwd.

In het begin van de 20ste eeuw richtte het botanisch wetenschappelijk onderzoek zich op de vele verschillende zaadsoorten die werden gebruikt voor het telen van de Tabaco Negro Cubano.

De botanisten hadden twee doelstellingen. Allereerst wilde men de oorspronkelijke zaadeigenschappen  identificeren die aan de Cubaanse sigaar zijn klassieke smaak verlenen en daarnaast om varianten te vinden die weerstand bieden tegen de vele ziekten die het gewas tergden.

Daardoor onstond in 1907 de  variant die bekend staat als Habanensis.

instituto-tabaco

Instituut voor tabaksonderzoek. San Antonio de los Baños. Cuba

Het onafhankelijke onderzoek werd voortgezet totdat de industrie in 1937 het eerste experimentele onderzoekstation in San Juan y Martínez oprichtte.

Vier jaar later werd de verbeterde zaadvariant Criollo gecreëerd die nog steeds als basis geldt voor al het zaad toegestaan voor de teelt van Habanotabak.

Al vrij snel werd een variëteit van Criollo ontwikkeld met de naam Corojo, welke uitsluitend wordt geteeld voor dekbladeren. De plant is naar de beroemde plantage vernoemd waar hij werd getest.

Sindsdien zijn er nieuwe variëteiten geïntroduceerd om problemen zoals plagen en ziektes door de klimaatverandering te bestrijden.

Tegenwoordig worden de Cubaanse tabaksregio’s door het Instituto de Investigaciones del Tabaco (Instituut voor Tabaksonderzoek) onderverdeeld in vier onderzoekstations die gezamenlijk het zaaigoed van de tabaksboeren beheersen.

De voorbije jaren was één van de grote verwezenlijkingen van het Instituut de zorg voor een steeds ecologischere en uniekere kweekmethode voor tabak.

De doelstelling is en blijft om de kwaliteit van het enige echte Cubaanse zaad, de Tabaco Negro Cubano, te behouden en zo mogelijk te verbeteren.




Content beschikbaar in de volgende talen: